Hoe maak je een beschoeiing?
Een houten beschoeiing is een veelgebruikte oplossing om hoogteverschillen in de tuin of langs het water op te vangen. In dit blog leggen we stap voor stap uit hoe je een beschoeiing plaatst, welke afmetingen je aanhoudt en waar je op moet letten voor een duurzaam en stevig resultaat.
Hoe begin je?
Belangrijk om te weten is dat het plaatsen van een beschoeiing best een klus kan zijn. Dit heeft er voornamelijk mee te maken dat er best veel palen geplaatst moeten worden en je vaak in de slootkant moet werken, dat maakt het allemaal net wat lastiger dan andere klussen. Zeker bij hoge beschoeiingen is er eigenlijk minimaal een zware palenrammer of kraan nodig om de palen in de grond te drukken.
Als eerste bepaal je hoe hoog de beschoeiing moet worden, met andere woorden welk hoogteverschil je wilt overbruggen. Dit bepaalt namelijk de lengte van de palen en voor een deel ook de constructie. Gaat het bijvoorbeeld om een relatief lage beschoeiing om een tuinborder op te vangen of wil je de tuin fors ophogen door een hoge walbeschoeiing te plaatsen. In het laatste geval kan een damwand een betere optie zijn.Een beschoeiing bestaat uit een aantal onderdelen; palen, planken of schotten, gordingen en trekschoren. We lopen alle onderdelen stap voor stap langs.
Stap 1. Palen plaatsen
De palen vormen de basisconstructie van de beschoeiing. Om te bepalen welke palen nodig zijn, zijn een aantal zaken van belang.
De lengte van de palen:
Voor een stabiele beschoeiing geldt een belangrijke vuistregel: de lengte van de palen is drie keer de hoogte van de beschoeiing. Dat betekent dat één derde van de paal boven de grond blijft en twee derde in de grond gaat. Dit is nodig omdat de palen voldoende weerstand moeten bieden tegen de gronddruk. Ga je bijvoorbeeld een beschoeiing van 60 cm hoog maken, gebruik dan palen met een lengte van minimaal 180 tot 200 cm.
De dikte van de palen:
Meestal worden palen van minimaal 7×7 cm gebruikt. Bij zwaardere beschoeiingen of slappere grondsoorten wordt vaak gekozen voor palen van 8×8 cm.
De afstand tussen de palen:
Hiervoor wordt doorgaans een hart-op-hart afstand van circa 50 cm aangehouden. Deze relatief korte afstand zorgt ervoor dat de druk gelijkmatig wordt verdeeld en voorkomt het doorbuigen van de planken.
Zorg er bij het plaatsen van de palen voor dat deze exact in lijn en waterpas staan. Gebruik hiervoor een waterpas en span eventueel een hulplijn langs de bovenzijde. Hoe rechter en strakker de palen worden geplaatst, hoe eenvoudiger het monteren van de planken en hoe strakker het eindresultaat!


Stap 2. Planken plaatsen
Na het plaatsen van de palen is het tijd voor de planken, deze worden achter de palen geplaatst. Hierbij zijn er grofweg twee opties:
1. Losse planken
Je kunt de beschoeiing opbouwen uit losse planken. Dit is vooral handig bij kleinere beschoeiingen of in situaties waar de hoogte verloopt. Je stapelt de planken als het ware tegen de geplaatste palen aan en zet deze vast met slotbouten (of vlonderschroeven).
Vervolgens plaats je worteldoek achter de planken om uitspoeling van grond te voorkomen.
Losse planken zijn doorgaans de voordeligste optie, al kost het plaatsen meestal iets meer tijd.
2. Beschoeiingsschotten
Een andere optie is het gebruik van beschoeiingsschotten. Dit zijn kant-en-klare panelen die vaak al zijn voorzien van worteldoek. Hierdoor kun je sneller werken en zijn de planken onderling al met elkaar verbonden. De schotten worden met slotbouten (of vlonderschroeven) aan de palen bevestigd.
Beschoeiingsschotten zijn iets duurder dan losse planken, maar kunnen tijdens de montage aanzienlijk tijd besparen, vooral bij grotere projecten.

Stap 3. Gordingen plaatsen
Gordingen zijn houten balken die aan de voorzijde van de beschoeiing worden geplaatst. Deze zorgen ervoor dat de beschoeiing één geheel vormt en beter in één lijn blijft staan. Hiervoor worden vaak regels van 4,5×7 cm, 5×10 cm of 5×15 cm gebruikt, afhankelijk van de zwaarte van de beschoeiing. De gordingen worden met behulp van slotbouten aan de palen en planken bevestigd.

Stap 4. Trekschoren plaatsen
Vooral bij hogere en zwaardere beschoeiingen of bij slappe grondsoorten worden naast de palen ook trekschoren geplaatst. Dit zijn palen die richting de wal worden aangebracht en met de beschoeiing worden verbonden door middel van metalen draadeinden. Trekschoren zorgen voor extra trekkracht en weerstand, waardoor de beschoeiing beter bestand is tegen gronddruk.
Hiervoor worden meestal palen van minimaal 6×6 cm gebruikt, die met een hart-op-hart afstand van circa 100 cm worden geplaatst. Door de trekschoren onder een hoek van 5 tot 10 graden schuin de grond in te slaan, bieden ze extra weerstand.
De bovenkant van de trekschoren komt vaak iets lager te liggen dan de bovenkant van de beschoeiing. Zo voorkom je dat je later hinder ondervindt van deze palen in de tuin.



Stap 5. Afwerking
Voor een nette afwerking en extra stevigheid plaats je bovenop de beschoeiing een dekregel of een dekplank met een kleinere onderregel. Dit verbindt alle planken met elkaar en zorgt voor een strakke bovenkant. Bovendien wordt de bovenkant van de beschoeiing minder kwetsbaar voor slijtage en weersinvloeden.

Bovenstaande afbeelding laat een afwerking met een dekregel zien, hiervoor kun je bijvoorbeeld een balk van 5x15 cm gebruiken. Hiermee dek je het geheel in één keer af.

Bovenstaande afbeelding laat een afwerking met een plank zien, verstevigd met een regel daar onder. Hiervoor kun je bijvoorbeeld een plank van 2x15 cm gebruiken, met daaronder een regel van 4,5 x 7 cm. Dit zorg samen voor een stevig geheel.
Beschoeiing in de tuin?
Bovenstaande voorbeelden zijn vooral gericht op een walbeschoeiing, oftewel een beschoeiing langs het water. Maar een beschoeiing kan natuurlijk ook prima worden toegepast in de tuin. Denk bijvoorbeeld aan het opvangen van hoogteverschillen wanneer de straat, oprit of de tuin van de buren hoger of juist lager ligt.
Het principe van een tuinbeschoeiing is in de basis hetzelfde als bij een walbeschoeiing: palen in de grond met daartussen horizontale planken. Wel gaat het in de tuin vaak om lagere constructies, waardoor soms kan worden volstaan met kortere palen of minder zware uitvoering. Trekschoren zijn hier dan ook niet altijd noodzakelijk.


