Hoe maak ik een overkapping - Deel 2: Plaatsen
achtergrond

Hoe maak ik een overkapping? - Deel 2


Geschreven door Bart · december 2025

In deel 1 van dit blog heb je kunnen lezen hoe je het ontwerp van een overkapping maakt en waar je allemaal rekening mee moet houden. Nu het ontwerp duidelijk is gaan we in dit blog aan de slag met het uitrekenen en vervolgens opbouwen van de overkapping. Heb je deel 1 gemist, lees deze dan hier na.
 



In dit voorbeeld gaan we bovenstaande overkapping maken van totaal 400 cm breed en 320 cm diep met een overstek aan de voorkant. We kiezen voor staanders van 12x12 cm en plaatsen ringbalken van 5x15 cm rondom. We laten stap voor stap zien wat daarvoor nodig is!

Fundering

We beginnen met de fundering, in dit geval de betonpoeren. Omdat douglas hout niet geschikt is om rechtstreeks in de grond te plaatsen, wordt de overkapping altijd op betonpoeren gezet. Hierdoor blijft het hout “droog” boven de grond en gaat de constructie aanzienlijk langer mee. Een bijkomend voordeel is dat je de staanders op een betonpoer later nog kunt nastellen, door deze iets hoger of lager te draaien.

Bepaal vooraf hoe hoog de betonpoeren moeten komen te staan en houd hierbij rekening met een eventuele afloop van de overkapping. Bij een plat dak is een lichte helling noodzakelijk zodat regenwater goed kan weglopen en niet op het dak blijft staan.

Zodra je hebt bepaald waar deze precies moeten komen, kun je de gaten uitgraven. Om de betonpoeren extra draagkracht te geven en te voorkomen dat ze later alsnog kunnen verzakken, is het aan te raden om onder iedere poer een betonnen tegel te plaatsen. Graaf de gaten dus ruim genoeg zodat zowel de tegel als de betonpoer goed passen. Plaats vervolgens de betonnen tegel in het gat, zet de betonpoer hier bovenop en stel deze zorgvuldig waterpas. Vul het gat daarna aan met zand of – voor extra stevigheid – met snelbeton. Laat dit goed uitharden voordat je verdergaat met het plaatsen van de staanders.

Precies weten hoe je betonpoeren plaatst? Lees dan ook ons blog 'Hoe plaats ik een betonpoer?'.

Voor onze overkapping gebruiken we betonpoeren van 15 x 15 x 58 cm. De overkapping wordt buitenmaats ongeveer 400 cm breed en 320 cm diep. In de breedte komen de poeren ongeveer 370 cm hart-op-hart uit elkaar te staan. Omdat we aan de voorkant een overstek maken komen de poeren daar hart-op-hart 250 cm uit elkaar.

Staanders

Wanneer de betonpoeren staat kunnen we verder met het plaatsen van de staanders, deze komen op de betonpoeren te staan met behulp van montageplaatjes. Boor als eerste een gat aan de onderzijde van de palen zodat bij het stellen van de betonpoeren het draadeinde in de paal kan verdwijnen. Schroef vervolgens de montageplaat van de betonpoeren over het gat heen.

Vervolgens kun je de palen op het draadeinde van de betonpoeren plaatsen en op de gewenste hoogte draaien. Zodra de staander netjes waterpas staan, zet je deze tijdelijk vast met schoren (schuine latten). Hiermee voorkom je dat de paal verschuift tijdens het plaatsen van de overige staanders. Werk zo alle staanders af en controleer tussendoor steeds of de onderlinge afstanden kloppen en of alles netjes in één lijn staat.

Let er ook op dat de bovenkant van alle staanders op dezelfde hoogte uitkomt. Kleine hoogteverschillen kun je eenvoudig corrigeren door de staanders iets hoger of lager te draaien. Dit is precies het voordeel van werken met betonpoeren. Heb je te maken met een overkapping met afloop, dan zullen de staanders aan één zijde iets lager staan dan aan de andere. Zorg ervoor dat dit verschil consistent is, zodat de ringbalk straks netjes kan meelopen met het afschot van het dak.

We plaatsen 4 staanders van 12x12x250 cm op de betonpoeren. Montageplaatjes en houtdraadbouten om de staanders te monteren worden meegeleverd met onze betonpoeren.

Ringbalken

Wanneer de staanders stevig en waterpas staan, is het tijd om de ringbalken te monteren. De ringbalken verbindt alle staanders met elkaar en vormt de draagconstructie waartussen (of waarop) later de dakbalken rusten.

Begin met het op maat zagen van de ringbalken. Bij ons ontwerp monteren we de ringbalk tegen de staanders aan. Dit doen we met tellerkopschroeven, dit zijn constructieschroeven met een grote vlakke kop. Door deze kop wordt het hout goed aangetrokken, de schroeven hebben een extra groot klembereik. Boor altijd voor, om te voorkomen dat het hout splijt! Wil je minder schroeven in het zicht, dan kun je ervoor kiezen om de tellerkopschroeven weg te werken door deze iets dieper te boren en vervolgens af te dekken met een houten prop. Of gebruik spaanplaatschroeven, deze kun je dieper in het hout wegdraaien waardoor deze ook minder zichtbaar zijn.

In ons voorbeeld werken we met ringbalken uit één geheel. Bij langere overspanningen kan het nodig zijn om de ringbalk uit meerdere delen op te bouwen. Zorg er dan voor dat de verbindingen altijd boven een staander uitkomen, zodat de krachten goed worden overgebracht naar de fundering.

We plaatsen ringbalken van 5x15 cm rondom. In de lengte zijn dit balken van 390 cm, daartussen in de diepte balken van 300 cm. Deze schroeven we vast met tellerkopschroeven van 8.0 x 120 mm.

*Het dakvlak is nu ca. 390x310 cm. Wanneer de overkapping helemaal is afgewerkt met boeiboren en daktrimmen levert dit buitenmaats een overkapping op van ca. 400x320 cm.

Dakbalken

Na het monteren van de ringbalk is het tijd voor de dakbalken. Deze balken zorgen voor de draagkracht van het dak en worden in ons voorbeeld tussen de ringbalken geplaatst.
Begin met het bepalen van de juiste hart-op-hart afstand tussen de dakbalken. In de meeste gevallen ligt deze afstand rond de 60 cm, afhankelijk van de gekozen balkmaat en de uiteindelijke dakbedekking. Hoe zwaarder het dak wordt — bijvoorbeeld door grind, sedum of zonnepanelen — hoe kleiner de afstand tussen de balken moet zijn.

De dakbalken kunnen ook weer worden gemonteerd met behulp van tellerkopschroeven of spaanplaatschroeven. Omdat de balken tussen de ringbalken komen te liggen, kunnen ze direct hieraan worden vastgeschroefd.

Een andere optie is om te werken met balkdragers. Deze monteer je eerst aan de ringbalken, waarna je de dakbalken ertussen plaatst. Zodra de balken in de balkdragers liggen, kun je ze alsnog vanaf de zijkant extra vastschroeven aan de ringbalk voor een solide verbinding.
 

Controleer na het plaatsen van alle dakbalken altijd of:

  • alle balken recht en in één vlak liggen
  • de onderlinge afstanden gelijk zijn
  • de constructie stabiel en torsievrij aanvoelt

Tussen de ringbalken plaatsen we dakbalken van 5x15x300 cm. De overkapping is totaal 400 cm breed. Om te bepalen hoeveel balken we nodig hebben deze we de breedte door de gewenste balkafstand.

 400 / 60 = 6,67 > afgerond naar boven = 7 tussenruimtes.

Totaal plaatsen we dus nog 6 dakbalken tussen de ringbalken. Ook deze schroeven we vast met tellerkopschroeven van 8.0 x 120 mm.

Dakbeschot

Na het plaatsen van de dakbalken is het tijd voor het dakbeschot. Dit vormt de gesloten onderlaag waarop later de dakbedekking wordt aangebracht. Voor een douglas overkapping zijn er grofweg twee veelgebruikte opties: douglas dakbeschot (vellingdelen) en underlayment platen. Beide hebben hun eigen voor- en nadelen.

Douglas dakbeschot zijn losse planken met een mes-en-groef verbinding en worden vaak gekozen vanwege hun warme en natuurlijke uitstraling. Dit wordt vaak gekozen wanneer het dakbeschot duidelijk in het zicht blijft, bijvoorbeeld bij een overkapping met open voorkant of die gebruikt wordt als tuinkamer.

Underlayment platen zijn platen constructiemultiplex. Hiermee kan het dak in grotere delen worden dichtgelegd en ontstaan minder naden. Dit kan makkelijker zijn bij het plaatsen van de dakbedekking. Dit wordt vaak gekozen wanneer het dakbeschot later nog aan de binnenzijde wordt afgewerkt of minder zichtbaar blijft zoals wanneer de overkapping bijvoorbeeld als schuur dient. Underlayment is een stuk goedkoper dan douglas dakbeschot.

Wil je een warme, natuurlijke uitstraling zonder extra afwerking, dan zijn douglas vellingdelen de beste keuze. Ga je vooral voor functionaliteit en prijs, dan is underlayment een prima en veelgebruikte oplossing. In ons voorbeeld gebruiken we douglas dakbeschot.

We plaatsen douglas dakbeschotdelen van 1,8 x 14,0 x 400 cm. Deze delen hebben een werkende breedte van ca. 13 cm. Om te berekenen hoeveel delen we nodig hebben delen we de diepte (310 cm) door de werkende breedte.

 310 / 13 =  23,85 > afgerond naar boven = 24 delen

Het buitenste deel moet op maat gezaagd worden om precies de juiste diepte te krijgen.
De dakbeschot delen kunnen in de dakbalken worden geschroefd met verzinkte schroeven van 4.0x40 mm.

Dakopstand

De dakopstand vormt de verhoogde rand rondom het dak en is noodzakelijk om de dakbedekking (zoals EPDM of bitumen) goed te kunnen afwerken. Daarnaast voorkomt een dakopstand dat water over de rand van het dak loopt. Als dakopstand wordt vaak een balk van 7 of 10 cm hoog gekozen, eventueel in combinatie met een mastiekklos. Een mastiekklos is een driehoekige balk die ervoor zorgt dat de dakopstand flauwer en geleidelijk loopt. Hierdoor hoeft de dakbedekking straks niet in een scherpe hoek gemaakt te worden. De dakopstand plaatsen we in ons voorbeeld als buitenrand op het dakbeschot.

Als dakopstand kiezen we voor douglas balken van 5 x 10 x 300 cm. Hiervan hebben we er in totaal 5 nodig. Omdat de breedte van het dak 390 cm is maken we dit uit 2 delen.

Deze balken schroeven we vast met verzinkte schroeven van 6.0 x 140 mm. 

Isolatie (optioneel)

In ons voorbeeld maken we geen gebruik van isolatie. Het is bij een overkapping niet altijd noodzakelijk, maar biedt zeker voordelen. Ook bij overkappingen die niet verwarmd worden en waarbij isolatie voor de warmte dus niet per se nodig is. De isolatie helpt namelijk condensvorming aan de onderzijde van het dak te verminderen. De dakbedekking kan door de zon snel opwarmen, terwijl de onderzijde van het dak lang koel blijft. Dit temperatuurverschil kan condens veroorzaken. Isolatie fungeert hierbij als een scheidende laag tussen warm en koud  en helpt dit temperatuurverschil te verkleinen.
Als isolatie worden vaak harde PIR-isolatieplaten gebruikt, deze platen plaats je samen met een folie op het dakbeschot, tussen de dakopstand.

EPDM

Wanneer de dakopstand (en eventueel isolatie) is geplaatst, is het dak klaar voor de dakbedekking. Voor het waterdicht maken vn het dak gebruiken wij EPDM dakbedekking. Wij leveren hiervoor complete EPDM pakketten, waarin alle benodigde materialen zijn inbegrepen, zoals de juiste lijm, kit en een dakdoorvoer naar keuze. Hierdoor hoef je zelf niets meer bij elkaar te zoeken en weet je zeker dat alles goed op elkaar is afgestemd. Bij het EPDM pakket wordt een duidelijke stap-voor-stap handleiding geleverd. Daarnaast is op onze website een instructievideo te vinden waarin precies wordt uitgelegd hoe je het EPDM aanbrengt. Voordat je aan deze klus begint is het verstandig om jezelf vooraf goed in te lezen!

In grote lijnen bestaat het aanbrengen van EPDM uit

  • het uitrollen en positioneren van het EPDM
  • het verlijmen van het EPDM aan het dakoppervlak
  • het netjes opzetten van het EPDM tegen de dakopstand
  • het plaatsen van de dakdoorvoer

Ons dakvlak is ca. 390x310 cm, maar omdat het EPDM ook een stuk omhoog geplakt moet worden tegen de dakopstand rekenen we rondom ca. 25 cm extra. We gebruiken dus een EPDM-pakket van 450x350 cm. Dit pakket bevat alle benodigdheden om het dak te kunnen leggen, inclusief een afvoer naar keuze.

Boeiborden

Na het aanbrengen van de EPDM dakbedekking is het tijd om de boeiborden te monteren. Boeiborden zorgen voor een nette afwerking van de dakrand en werken de dakopstand en dakconstructie mooi weg. Daarnaast geven ze de overkapping direct een nette en afgewerkte uitstraling. 

De boeiborden worden tegen de buitenzijde van de dakopstand en ringbalk geplaatst. Zorg ervoor dat de boeiborden overal recht en in één lijn lopen; kleine afwijkingen vallen hier direct op.

Als boeiborden worden vaak brede douglas planken gebruikt van 20, 25 of zelfs 30 cm. Hierdoor kun je het hele dakpakket in één keer afwerken, maar het is ook mogelijk om dit in twee delen te doen. Plaats de boeiborden aan de bovenzijde gelijk met de dakopstand. Dit wordt namelijk in de volgende stap afgewerkt met de daktrim.
 

In ons voorbeeld kiezen we voor bewust voor een plank van 20 cm hoog. Deze dekt daardoor niet de volledige ringbalk af, maar creëert juist een extra overstekrand. Wil je wel de hele ringbalk afdekken dan kun je voor een bredere plank kiezen.

We gebruiken 2 planken van 2 x 19,5 x 400 cm in de lengte en 2 planken van 2 x 19,5 x 300 cm in de diepte. Deze monteren we met verzinkte spaanplaatschroeven van 5.0x50 mm.

Daktrimmen

Na het monteren van de boeiborden is het tijd om de daktrim te plaatsen. De daktrim zorgt voor een strakke afwerking van de dakrand en beschermt het EPDM tegen loslaten door wind en weersinvloeden.
Plaats de daktrim bovenop de boeiborden, langs de volledige dakrand. Zorg ervoor dat de trim goed aansluit en overal netjes in lijn ligt. Voor het strak en eenvoudig plaatsen van de hoeken zijn kant-en-klare hoekstukken verkrijgbaar. De daktrimmen worden onderling verbonden met behulp van koppelplaatjes. Deze koppelplaatjes zorgen ervoor dat er een kleine naad tussen iedere trim blijft zitten, zodat het aluminium kan uitzetten. Bevestig de daktrim met EPDM dakschroeven voor een waterdichte verbinding, meestal om de 30 à 40 cm. Gebruik kit onder de daktrim voor extra waterdichtheid, vooral bij de hoeken en aansluitingen. Deze kit wordt meegeleverd in het EPDM-pakket.

We gebruiken 4 buitenhoeken van 40x40 cm, 5 daktrimmen van 250 cm lang, 10 koppelplaatjes.
Om dit te monteren gebruiken we EPDM-kit (wordt meegeleverd in het EPDM pakket) en EPDM dakschroeven van 4,5x40 mm.

Wanden plaatsen

De basisconstructie van de overkapping is nu gereed. De constructie staat nu stevig, is volledig waterdicht en vormt een solide basis voor verdere afwerking. Vanaf dit punt is de overkapping functioneel, maar kan deze nog volledig naar wens worden uitgebreid en aangekleed.
Afhankelijk van het gebruik en de gewenste uitstraling kun je ervoor kiezen om de overkapping verder af te werken met wanden, ramen, deuren etc. Hiermee creëer je meer beschutting, kun je een schuur of opbergruimte maken, of de overkapping tevens gebruiken als erfafscheiding.


In ons voorbeeld werken we de overkapping af met drie wanden, waarbij de voorzijde open blijft. Zo ontstaat een gezellige en beschutte plek waar je heerlijk kunt ontspannen, terwijl de overkapping toch een open en ruimtelijk gevoel behoudt.

Bij het plaatsen van wanden heb je verschillende keuzes. Je kunt de wanden enkelzijdig of dubbelzijdig bekleden, afhankelijk van de functie van de overkapping:
Enkelzijdige bekleding wordt vaak toegepast wanneer de overkapping als schuur dient. In dat geval wordt meestal alleen de buitenzijde afgewerkt. Ook wanneer de overkapping tegen een bestaande wand of schutting wordt geplaatst, volstaat vaak afwerking aan één zijde.
Wil je zowel aan de binnen- als buitenzijde een nette afwerking, dan kun je kiezen voor dubbelzijdige wandbekleding. Dit zorgt voor een strakke uitstraling, maar vraagt wel om meer materiaal en montagetijd. Je kunt er eventueel voor kiezen om de wanden dan tevens te isoleren.

De basis van iedere wand bestaat uit een regelwerk. Dit wordt opgebouwd uit horizontale en verticale regels die tussen de staanders worden bevestigd. Het regelwerk zorgt voor stabiliteit en vormt de ondergrond voor de wandbekleding. Zorg ervoor dat de onderlinge afstand van de regels geschikt is voor de gekozen bekleding, bij het gebruik van zweeds rabat is het aan te raden om een regelafstand van ca. 60 cm te gebruiken.
Aan de onderzijde is het belangrijk om het hout goed te beschermen tegen optrekkend vocht. Hiervoor zijn twee veelgebruikte oplossingen een geïmpregneerde onderregel (eventueel nog extra voorzien van een houtcoat of –menie) of een betonnen band.
Zodra het regelwerk staat kan de wandbekleding gemonteerd worden. Werk hierbij van onder naar boven en houdt rekening met de werkende hoogte van de planken.

 

We plaatsen 3 enkelvoudige wanden, één achterwand en 2 zijwanden. De wanden bouwen we op uit geimpregneerd regelwerk van 4,5 x 6,8 x 300 cm als verticale staanders en 4,5 x 8,8 x 400 cm als horizontale liggers. De wandbekleding zelf maken we van zwart gespoten vuren rabatdelen. De werkende hoogte van deze rabatdelen is ca. 17,5 cm

Om te berekenen hoeveel rabatdelen we nodig hebben delen we de hoogte door de werkende hoogte van de rabatdelen: 240 / 17,5 = 13,71 > afgerond 14 stuks

Om te berekenen hoeveel regels we nodig hebben delen we de breedte van de wand voor de regelafstand (60 cm): 360 / 60 = 6 tussenruimtes > we hebben dan 7 regels nodig.

Voor de achterwand hebben we 2 regels 4,5 x 8,8 x 400 cm, 7 regels 4,5 x 6,8 x 300 cm en 14 rabatdelen van 0,9-2,4 x 19,5 x 360 cm.

Voor de zijwanden hebben we per stuk 2 regels 4,5 x 8,8 x 400 cm, 5 regels 4,5 x 6,8 x 300 cm en 14 rabatdelen van 0,9-2,4 x 19,5 x 240 cm.

Het regelwerk schroeven we in de staanders en aan elkaar met schroeven van 6.0 x 140 mm.
De zwarte zweedse rabatdelen monteren we met zwarte potdekselschroeven van 4.0x50 mm.

Met het plaatsen van de wanden is de overkapping volledig opgebouwd en klaar voor gebruik. Of je nu kiest voor een open loungeplek, een beschutte tuinkamer of een praktische berging: met een douglas overkapping creëer je eenvoudig extra ruimte, sfeer en jarenlang plezier in de tuin

Benieuwd naar de kosten van deze overkapping, lees dan ook ons blog ‘Wat kost een overkapping?’ waarin we alle benodigde materialen op een rijtje hebben gezet!

Wij gebruiken cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies in ons privacybeleid.
SLUITEN